11 praktische tips om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen

Geschreven door Robbert Vriezen

Het komt steeds vaker voor dat een bestuurder privé aansprakelijk wordt gesteld. Hoe kan dat? Biedt een rechtspersoon geen bescherming meer? En: hoe kun je je wapenen tegen bestuurdersaansprakelijkheid? Onze specialist Robbert Vriezen legt precies hoe het zit. En hij geeft 11 praktische tips om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.

Bestuurders gaan niet meer vrijuit

Er was een tijd waarin je als bestuurder van een vennootschap vrijwel altijd vrijuit ging. Al had je je taken verzuimd, de administratie verwaarloosd en ging de onderneming door jouw nalatigheid op de fles: alleen een buitengewoon gisse advocaat kon jou daarvoor laten boeten.  De vennootschapsstructuur was een juridisch pantser waar pogingen om bestuurders aansprakelijk te stellen op afketsten. Een bestuurder handelde niet voor zichzelf maar namens een rechtspersoon met een afgescheiden vermogen, zo was de gedachte. Die dagen zijn echt voorbij. De overheid heeft tal van wetten doorgevoerd om bestuurders niet meer zo gemakkelijk te laten wegkomen.

Wat zijn de meest voorkomende vormen van aansprakelijkheid?

De vennootschap is nog altijd een rechtspersoonlijkheid met een afgescheiden vermogen, daar is niets aan veranderd maar, wanneer je er als bestuurder een potje van maakt en je bedrijf gaat failliet, kun je daar tegenwoordig aansprakelijk voor gesteld worden, ook privé. Voordat het zover is moet jou wel een ‘ernstig verwijt’ kunnen worden gemaakt. De drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid is nog steeds hoog. Van een bestuurder kan nu eenmaal niet worden gevergd dat hij onfeilbaar is. En om een bedrijf te leiden moet een bestuurder over een zekere mate van beleidsvrijheid beschikken. Er zijn vele verschillende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid. Ik zal de meest voorkomende vormen hieronder (kort) bespreken en daarbij een onderscheid maken tussen interne aansprakelijkheid, de aansprakelijkheid ten aanzien van de curator en de aansprakelijkheid ten aanzien van derden.

Hulp nodig bij je faillissement?En wil je weten of je aansprakelijk bent?Gratis contact (vrijblijvend)

Interne aansprakelijkheid: onbehoorlijke taakvervulling

Onder interne aansprakelijkheid wordt de aansprakelijkheid van een bestuurder verstaan ten aanzien van de rechtspersoon of – na faillissement – de curator. De meest voorkomende vorm van interne aansprakelijkheid is aansprakelijkheid op grond van onbehoorlijke taakvervulling. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer een bestuurder een transactie is aangegaan die het (statutaire) doel van de rechtspersoon overschrijdt of middelen van de rechtspersoon voor privédoeleinden heeft aangewend. Het negeren van een statutaire bepaling, die de rechtspersoon juist beoogt te beschermen, kan al snel leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Het is daarom van belang de statuten goed te kennen, in het bijzonder de doelomschrijving en de bepalingen over de bevoegdheden van het bestuur.

Aansprakelijkheid ten aanzien van de curator

In een faillissementssituatie kan in beginsel iedere bestuurder door de curator aansprakelijk worden gesteld voor het tekort in het faillissement. Hiervoor moet aan twee vereisten worden voldaan: het bestuur moet zijn taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld én het moet aannemelijk zijn dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De curator wordt hierbij geholpen door de wetgever: als je de boekhouding niet op orde hebt of in de afgelopen drie jaar een jaarrekening te laat hebt gedeponeerd, is het onbehoorlijk bestuur een feit. Dan wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Daarmee zijn de rollen ineens omgedraaid: de bestuurder zal moeten aantonen dat er een ándere oorzaak aan het faillissement ten grondslag ligt.

Aansprakelijkheid ten aanzien van derden

Naast de curator kan ook een individuele schuldeiser een bestuurder aansprakelijk stellen voor de schade die hij heeft geleden op grond van onrechtmatige daad. Ook hiervoor geldt dat de bestuurder een ernstig verwijt moet treffen. Er zijn grofweg twee situaties te onderscheiden. In de eerste plaats de situatie waarin een bestuurder een verplichting is aangegaan waarvan hij had moeten begrijpen dat de rechtspersoon die nooit zou kunnen nakomen. Een simpel voorbeeld: je doet een bestelling bij een leverancier maar je weet eigenlijk al dat er geen middelen zijn om die leverancier te betalen. De tweede situatie is die waarin een bestuurder ervoor zorg heeft gedragen dat een schuldeiser niet betaald krijgt, bijvoorbeeld door in het zicht van faillissement bepaalde schuldeisers nog wel te betalen – en anderen niet. Dit wordt ook wel ‘selectieve betaling’ genoemd. Een selectieve betaling is in principe niet onrechtmatig – behalve wanneer een faillissement onvermijdelijk is. In dat geval heb je als bestuurder rekening te houden met de belangen van de schuldeisers. Je moet vanaf dat moment eigenlijk geen betaling meer verrichten.

Begin een doorstart

11 praktische tips om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen

In een faillissementssituatie bestaat er altijd een zeker risico dat je aansprakelijk wordt gesteld door een individuele schuldeiser of door de curator. Dit risico kan niet simpelweg worden weggenomen. Wel kan ik je een aantal op mijn ervaring gebaseerde tips geven waardoor het risico aanzienlijk wordt verkleind:

  1. Ken de inhoud van de statuten – en handel conform de bepalingen in de statuten, in het bijzonder de doelomschrijving en de bepalingen over de bevoegdheden van het bestuur. Het negeren van een statutaire bepaling kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid.
  2. Zorg dat er een duidelijk omschreven taakverdeling is binnen het bestuur. Leg deze taakverdeling in de statuten van de rechtspersoon vast. De taakverdeling binnen het bestuur kan een rol spelen bij het afweren van aansprakelijkheid.
  3. Grijp in als er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling en tref de nodige maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijke taakvervulling af te wenden. Ook die aspecten kunnen een rol spelen bij het afweren van aansprakelijkheid.
  4. Verzoek jaarlijks om te worden ontslagen uit aansprakelijkheid door de algemene vergadering van aandeelhouders (let op: deze ‘decharge’ heeft alleen betrekking op interne aansprakelijkheid).
  5. Zorg ervoor dat de administratie up-to-date is en dat de jaarrekeningen tijdig zijn gedeponeerd. Hiermee voorkom je dat de bewijslast wordt omgedraaid en dat jij moet bewijzen wat de oorzaak is van een faillissement.
  6. Ga namens de rechtspersoon geen nieuwe verplichtingen aan waarvan je had kunnen inzien dat de rechtspersoon deze niet zou kunnen nakomen. Zorg er bovendien voor dat er geen schuldeisers worden benadeeld.
  7. Verricht geen betalingen meer zodra duidelijk is dat een faillissement onvermijdelijk is.
  8. Wacht niet te lang met het aanvragen van een faillissement.
  9. Houd rekening met de belangen van de schuldeisers zodra een faillissement onafwendbaar is.
  10. Meld in voorkomende gevallen tijdig bij de bevoegde instanties dat de rechtspersoon niet langer kan voldoen aan haar verplichting tot betaling van belastingen, sociale premies of pensioenpremies. Niet tijdig melden kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.
  11. Zorg ervoor dat bestuursbesluiten- en overwegingen goed onderbouwd en goed gedocumenteerd zijn, zodat te allen tijde kan worden gereconstrueerd welke overwegingen aan welke besluiten ten grondslag hebben gelegen.